INGEWIKKELD WOORD? HIER STAAT HET.
- Formatie
- Een herkenbaar pakket gesteenten dat geologen kunnen onderscheiden.
- Sediment
- Los materiaal dat ergens terechtkomt en blijft liggen, zoals zand, klei of kalkdeeltjes.
- Erosie
- Het afslijten en wegvoeren van materiaal door bijvoorbeeld water of wind.
- Karst
- Spleten, holtes en andere vormen die ontstaan doordat water oplosbaar gesteente aantast.
- Conglomeraat
- Gesteente met afgeronde grindstenen die aan elkaar zijn vastgekit.
- Aggradatie
- Een afzettingspakket groeit vooral omhoog.
- Progradatie
- Een pakket groeit vooral zijwaarts, richting zee.
- Radarfacies
- Een groep radarreflecties met een vergelijkbaar patroon.
- Transect
- De lijn waarlangs onderzoekers meten.
- Tektoniek
- Beweging en vervorming van de aardkorst.
- Evaporiet
- Een mineraal of afzetting die ontstaat als zout water verdampt.
- Ma
- Miljoen jaar geleden. 1 Ma is dus 1.000.000 jaar.
- Eolisch
- Door de wind vervoerd of afgezet.
- Lijzijde
- De kant die meer beschut ligt tegen de overheersende wind.
- Maaiveld
- Het grondoppervlak waar je op staat. Diepte eronder is iets anders dan hoogte boven zee.
- Grainstone / packstone
- Vaknamen voor kalksteen met veel korrels. Bij packstone zit ook fijne kalkmodder tussen de korrels.
- Infiltratie
- Water dat vanaf het oppervlak de bodem inzakt.
- Brak water
- Water met een zoutgehalte tussen zoet water en zeewater in.
- Verwering
- Gesteente dat ter plekke afbreekt of van samenstelling verandert.
- Tanki
- Een opvangplek voor regenwater.
- Afstroming
- Water dat over het land naar een lager gelegen plek stroomt.
- Kustterras
- Een relatief vlak niveau langs de kust, gevormd door afzetting en/of erosie en later soms boven zee gekomen.